Nieuws

Een lesje kunst

Interview Parool over De Grote Kunstshow

De dag voor de première interviewde journalist Lorianne van Gelder van het Parool Nina Folkersma en mij over De Grote Kunstshow. Lees hieronder het interview.


De Grote Kunstshow, morgen in de Stadsschouwburg Amsterdam, brengt beeldende kunst in het theater. ‘Het moment dat het kwartje valt en je een werk ineens begrijpt: dat streven we na.’ 

Johan Idema stond een jaar of wat geleden in het Parijse Palais de Tokyo oog in oog met een kei. Een kei met haar erop. Hij keek en hij keek en hij dacht: dit is een vooraanstaand kunstcentrum en er zit ongetwijfeld een verhaal achter dit werk, maar niemand vertelt me dat verhaal. Wat is die kei? Waarom zit er haar op? Wat betekent het? Waarom is het gemaakt?

Het waren legitieme vragen, die iedereen die ooit met hedendaagse kunst in aanraking is gekomen, zal herkennen. Korte tijd later zag hij ArtMen, het kunstprogramma van de Avro waarvoor kunstenaars David Bade en Jasper Krabbé kunstwerelden in Europese steden in beeld brengen. Televisie brengt kunst op een heel andere manier in beeld, zag Idema. “In het theater moet dat ook kunnen.” Zo werd De Grote Kunstshow geboren.

Morgen is de Stadsschouwburg voor één avond een museum. Idema, in het dagelijks leven kunstadviseur en -vernieuwer, zocht een curator voor de kunstkennis en het nodige weerwoord: dat werd Nina Folkersma. En een communicatiedeskundige: dat werd Cyril van Sterkenburg.

Folkersma (44), ook docent op het Sandberg Instituut, en Idema (40) vertellen in het café van Pakhuis de Zwijger waarom kunst in het theater een goed idee is.

Is De Grote Kunstshow geboren uit kritiek op in zichzelf gekeerde kunst en een ontoegankelijke kunstwereld?
Johan Idema: “Nee, op zich niet, maar de meeste musea voor hedendaagse kunst richten zich op de kunstkenner. En ik denk dat er nog een ander, groter publiek is, dat meer verhalen nodig heeft rond kunst. Ik wil graag musea stimuleren na te denken over hoe ze hedendaagse kunst op andere manieren kunnen presenteren.”

Nina Folkersma: “Ik ben curator en houd juist niet zo van poespas rond kunst. Ik houd wel van experimenten. Tegelijkertijd willen we ervoor waken dat het kunstwerk gepresenteerd wordt als een puzzel die je kunt oplossen. Het mag best mysterieus blijven.”

Toch zouden musea voor moderne en hedendaagse kunst over het algemeen wel wat toegankelijker mogen zijn.
Nina Folkersma: “Toegankelijkheid is tegenwoordig het devies. In moderne kunstmusea wordt inderdaad vaak het kunstjargon gebruikt. Dat kan wel worden opengebroken, maar je moet je altijd afvragen wanneer het verhaal het kunstwerk overneemt en de eigen nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht verdwijnen.”

Johan Idema:“We richten ons voornamelijk op hedendaagse beeldende kunst, want Rembrandt begrijpen de meeste mensen wel. Musea voor erfgoed of oude kunst doen juist al veel om de toegankelijkheid te vergroten. Soms slaan ze er zelfs in door. Beleving en experience zijn modewoorden. Een zwart schilderij is complexer. Hoe laat je dat op een interessante manier zien?”

Hoe zal De Grote Kunstshow eruit zien?
Johan Idema: “Je loopt niet door zalen,maar zit in een stoel. Dat geeft al een andere ervaring dan in een museum. We bouwen op het podium in de Grote Zaal van de Stadsschouwburg een tribune, want als we de hele zaal zouden gebruiken, zijn de kunstwerken te ver weg. De opstelling lijkt op een anatomisch theater–zoals in opleidingen geneeskunde wordt gebruikt –zodat het publiek zo dicht mogelijk op de werken zit.”

Nina Folkersma: “Er worden tien werken getoond – schilderijen, videokunst, fotografie en sculpturen – en elk werk wordt door iemand anders gepresenteerd. Soms zal dat een spreker van buiten zijn, soms de kunstenaar zelf. Soms is het een opgenomen tekst, soms een fictief verhaal.”

Wat voor kunstwerken zijn er te zien?
Nina Folkersma: “Alle werken komen uit de Rabo Kunstcollectie. We willen niet te veel weggeven,maar een voorbeeld is de beroemde foto van Ed van der Elsken van drie jonge vrouwen, Beethovenstraat 1967. De Iraans-Nederlandse filmmaker Bahram Sadeghi is op zoek gegaan naar die vrouwen om een film over hen te maken. Helaas was het geld voor de film op voordat die af was. Sadeghi wordt tijdens De Grote Kunstshow geïnterviewd door de gastheer van de avond, theatermaker Lucas de Man, over zijn persoonlijke fascinatie voor de foto.”

Wat willen jullie bereiken met de show?
Johan Idema: “Er bestaat zoiets als curatorial insight, een ingewikkelde term voor het moment dat het kwartje valt. Soms begrijp je een kunstwerk ineens. Dat moment streven we na. Vanuit het publiek gezien wil je weten wat interessant is aan een kunstwerk. Curatorial insight is niet te bereiken door een tekstbordje naast een kunstwerk, er moet een verhaal worden verteld. Zo’n tekstbordje is alleen voor een bepaald publiek, voor de kunstkenners, zij zijn geïnteresseerd in de kunsthistorische achtergrond.”

Nina Folkersma:“We hebben de kunstkenners bewust een aparte show in de ochtend gegeven, zodat de avond–met drie voorstellingen–voor de mensen is die de kunsttaal niet per se spreken, maar wel geïnteresseerd zijn.”

Is het lastig om een museum van een theater te maken?
Johan Idema: “De etiquette van naar kunst kijken is heel streng. Wij breken daarmee. In musea met hedendaagse kunst wordt kunst meestal getoond in een witte ruimte, de white cube, met zo min mogelijk toelichting, zodat je het pure contact met het kunstwerk kunt beleven. In het theater heb je met driehonderd mensen een collectieve ervaring van een kunstwerk, en je krijgt er uitleg bij.”

Nina Folkersma: “Een museum denkt vanuit het kunstwerk, niet vanuit de ontvanger. Wij willen echt een theateravond maken. En daarin merken we ook dat we regels tegen komen. In het theater moet je werken met dramaturgie, met licht, decor, spanning. Het moet onderhoudend zijn en we willen het publiek niet onderschatten.”

Niet elk schilderij komt in aanmerking voor de show, neem ik aan. Hoe is de selectie gemaakt?
Nina Folkersma: “De kunstcollectie van de Rabobank is heel groot, met werk van Nederlandse en internationale kunstenaars. De mensen daar begrepen meteen wat we wilden doen. Het was een flinke operatie, maar we kregen veel vrijheid om te selecteren wat we vonden passen. De criteria zijn dat het een zeker formaat moet hebben–niet te klein–en er moet een verhaal over te vertellen zijn.”

Hoe ver kun je gaan in de uitleg van een schilderij? Je wilt ook niet dat het een droog college wordt, of een kinderachtige uitleg van kunst.
Johan Idema: “Dat is precies de discussie die we voerden. Hoe expliciet wil je het maken? Als je normaal voor een zwart schilderij staat, weet je niet meteen wat het met je doet. In het theater moet je het misschien ook openlaten. Je ziet vaak dat er muziek wordt toegevoegd aan een kunstwerk, maar dan gaat dat het werk domineren. Dat is zonde. Ik wil liever een verhaal of uitleg.”

De Grote Kunstshow lijkt in een bepaald opzicht op de Museumnacht, waar musea en kunst ook op een andere manier worden gepresenteerd.
Nina Folkersma: “Ik heb het Museumnachtpubliek ook in mijn hoofd gehad bij het programmeren, maar wij proberen wel verder te gaan dan de Museumnacht. Tijdens de Museumnacht staat er soms alleen een dj te draaien in een museum, zonder dat er iets met de kunst gebeurt.”

Johan Idema: “Het gaat ons ook niet om het veranderen van de kunst, maar echt om nieuwe manieren van presenteren. Kunstenaars maken kunst in alle vrijheid, maar in de presentatie is elk kunstwerk toegankelijker te maken.”

Hoe reageerden de kunstenaars van wie jullie werken gaan laten zien?
Johan Idema: “Sommigen snapten het meteen, anderen vonden dat hun kunst voor zichzelf sprak en zeiden: ik wil geen marketingcircus om mijn kunst heen.”

Hopen jullie ook een nieuw publiek te bereiken?
Johan Idema: “Een deel van het publiek zal nieuw zijn,maar er blijft een groep die je nooit binnen krijgt.”

En als het morgen een succes blijkt te zijn, wordt De Grote Kunstshow vaste prik?
Nina Folkersma: “Ik kan me dat zeker voorstellen.”

Johan Idema: “En dat het ook in andere steden komt. Het Groninger Museum en het Grand Theatre, Boijmans en de Rotterdamse Schouwburg, het Museum voor Moderne Kunst Arnhem en de schouwburg aldaar – het kan overal. Het kan ook in een museum: het Stedelijk heeft een mooi auditorium. Wij maken een statement, maar de bal ligt nu bij de museumdirecteuren. Zij moeten de motivatie hebben zoiets te willen.”