Nieuws

Een reizend festivalmuseum

Volkskrantinterview over Parade Museum

Nell Westerlaken van de Volkskrant interviewde Johan Idema over het Parade Museum, nadat de BankGiro Loterij tijdens het Goed Geld Gala op 4 februari 2014 het project honoreerde. Hieronder het interview.


Musea met reizende exposities op de Parade

Het reizende theaterfestival de Parade krijgt een nieuwe attractie: drie musea. ‘Aan de hand van voorwerpen wordt een verhaal verteld in de vorm van een museale act.’

Nederland krijgt vanaf 2016 een reizend museum. Op Theaterfestival de Parade openen het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, het Nederlands Fotomuseum en Museum Speelklok een gezamenlijk paviljoen. Deze week kreeg het initiatief 340 duizend euro van de BankGiro Loterij voor de periode van drie jaar. Het museum zal gedurende twee zomermaanden met de Parade meereizen langs Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam. De initiatiefnemer is cultuuradviseur Johan Idema.

Wat is de gedachte achter een reizend museum?
‘Het idee is ontstaan vanuit de notie dat het goed zou zijn musea meer uit hun gebouwen te halen. Als je naar buiten komt, kun je dingen anders doen, je kunt kunst of museale voorwerpen op een andere manier presenteren. We gaan het museum opnieuw uitvinden.

‘Het wordt dus geen klassieke expositie, maar een interactie met het publiek. Aan de hand van voorwerpen wordt een verhaal verteld in de vorm van een museale act. Dat kan een activiteit zijn waaraan je kunt deelnemen, maar ook een soort voorstelling.’

Zoals?
‘We zijn pas in het stadium van wilde ideeĆ«n, maar denk aan een sushibar-achtige formule: er komt een lopende band voorbij met bijzondere objecten en jij pikt eruit wat jou aanstaat. Het Natuurhistorisch Museum opperde een workshop waarbij je te weten komt hoe je zeeanemonen roerbakt of hoe een dinosauriĆ«r smaakt. Alles wordt georganiseerd rondom voorwerpen uit het museum, de kracht van een museum zit in authentieke objecten. Maar je zou op den duur de aanwezigheid van het museale object zelfs ter discussie kunnen stellen.’

Wat schieten de deelnemende musea er mee op?
‘Een groter en een ander publiek bereik. Ze kunnen hun merk versterken en ervaringen opdoen met een nieuwe manier van tentoonstellen. Die kunnen ze later weer gebruiken in het museum.

‘Het voordeel voor de Parade is dat een festivalmuseum het aanbod diverser maakt. Je bent in het museum niet aan een aanvangstijd gebonden zoals bij de voorstellingen. Je kunt er doorlopend terecht, ook ‘s middags met de kinderen.’

Er is kritiek op de Parade. Die zou te veel draaien om eten en drinken en te weinig om de inhoud.
‘Je kunt het ook omdraaien: in sommige kunstmusea lijkt het wel of je geen plezier mag hebben. Er komen op de Parade 300 duizend mensen die iets met cultuur willen en daar past een museale ervaring heel goed bij. De Parade is al een paar jaar succesvol bezig met een meer serieuze en inhoudelijke programmering.’